Het is een goede traditie dat de Kon. muziek vereniging Apolo een plaatsgenoot,die
bijzondere sportieve prestaties verricht, een serenade brengt.
Gisteravond viel deze eer te beurt aan de heer en mevrouw Meijer. Het lag in de bedoeling
om een rondgang door het dorp te maken, maar de hevige onweersbui, die zich op dat
moment boven 't dorp ontlastte, was er de oorzaak van dat men
ijlings onderdak zocht in zaal Witkamp,
Foto: Herman Meijer en zijn echtgenote nemen de serenade in ontvangst.
Niet gevaarlijk
De motorwegrensport is volgens
Herman niet gevaarlijk. De hoge snelheden die gereden worden brengen uiteraard risico's
mee; maar al met al valt het nog wel mee. het belangrijkste is dat je niet boven
je kunnen gaat rijden. Dat hij vijf keer in bochten onderuit ls gegaan vindt hij
een gelukkige omstandigheid, die hem veel ervaring rijker heeft gemaakt.
Ondanks die valpartijen heeft hij de strijd steeds weer hervat,
zelfs een keer, toen hij nog maar een half stuur meer over had. "Het bochtenwerk'
vereist je volle concentratie, vooral als je met een andere renner in een duel bent
gewikkeld.
Op de rechte stukken kun je even op adem komen en heb je zelfs de gelegenheid om
's te kijken welke plaatsgenoten er deze keer langs het circuit staan om naar je
te kijken.”
Even proberen of wij de Kampioen kunnen tillen.
Rechts onder Jan Lensink, Henk Marsman, links Gerrit Stegeman.
Het is gelukt hiep hiep hoera.
Ik wil graag namen, stuur even een e-mail
De eerste kampioensbeker.
Nog meer bekers en bloemen er bij.
Vader en Zoon
Dikie en Herman Meijer nemen de bloemen in ontvangst - Helemaal Rechts Peter Schoenmakers.
24-11-2007-Ik ben net terug van een leuke babbel met Linze de Vries, ook woonachtig
in Blokzijl.
Linze maakte mij attent dat in het onderschrift A. Gebben (cross junior, grasbaan
senior) moet staan in plaats van Jos Schurgers, correct, Linze bedankt.
De HEMEYLA Word binnengebracht door Jan Lensink en Peter Schoenmakers
Sinds de gloriejaren van Drikus Veer beeft bet oosten van bet land thans weer een
motorrenner, die door zijn resultaten in de drie laatste jaren heeft getoond uit
bet juiste rennershout gesneden te zijn.
Dat is Herman.Meijer uit Laren. Zijn hartstocht voor de motorwegrensport, zijn Kameraadschap
en sportiviteit, zijn rustige aard en motortechnisch vakmanschap vormen de grondslagen
van zijn succes, Zondag heeft hij door zijn zege In de nationale klasse 50 cc op
het circuit van Zandvoort zijn landskampioenschap veilig gesteld.
Meijer beeft van dit jaar 5 verreden races er vier gewonnen en heeft daarmee 4 keer
het maximale aantal punten van 20 in de wacht gesleept. Daardoor is hij voor de grote
groep overige renners onbereikbaar geworden. Het is de tweede keer, dat hij dit huzarenstukje
verricht.
Voor het kampioenschap tellen mee de wedstrijden Rockanje, Tubbergen, Etten (N. Br.).
Oldebroek en twee keer te Zandvoort.
De ene keer, dat Herman er niet in slaagde punten te vergaren was de race te Oldebroek,
anderhalve week geleden, toen hij de strijd door machinepech moest staken. Van elke
renner zijn de vier beste uitslagen bepalend voor de plaats in de eindrangschikking.
Meijer zou dus van de laatste race in Zandvoort rustig thuis kunnen blijven.
Men kan er echter van verzekerd zijn, dat dat niet het geval zal zijn, daarvoor ligt
deze sport hem te na aan het hart.
Beste nationale motorrenner 50cc.
Herman Meijer.
Oudste
trofee
Toen hij drie wedstrijden op zijn crossfiets van zijn vriendjes gewonen had, gaf
de heer B.J, Stegink, rijwielhandelaar uit Laren, te kennen een Batavus-beker beschikbaar
te willen stellen voor dergelijke wedstrijdjes. De toen 8 Jarige Herman was er als
de kippen bij om aan dit evenement deel te nemen. Met furore sleepte hij de beker
in de wacht, die nu als oudste trofee thuis in de kast prijkt.
Gesterkt door deze en andere succesjes deed hij op 11-jarige leeftijd een voor die
tijdgenote stap: hij wist een bromfiets te bemachtigen. Met dit vehikel joeg hij
onder toejuiching –en jaloezie – van zijn vriendjes over de weg,
Ook over de openbare weg. De politie zat al spoedig achter hem aan om een einde aan
de pret te maken
Op dringend verzoek van Pa Meijer verhuisde de bromfiets naar de zolder.
Op zolder
Weldra raasde de brommer op de
ruime zolder van het ouderlijke huis,rond de schoorsteen. Helaas was ook dit festijn
geen lang leven beschoren.
Nu was vader Meijer spelbreker. Hij vond het geraas in huis wel wat al te bar. Zo
verhuisde Herman weer naar de begaande grond, waar de brommer door "vakkundig" sleutelen
in korte tijd ter ziele ging. Enige tijd later tikte hij een 125 cc Eysink op de
kop. Op zijn 15e jaar begonnen de crossactiviteiten van de Harfsense motorclub zijn
aandacht te trekken. De Eysink had onder tussen plaats gemaakt voor een 175 cc Jawa,
waarmee hij in onderlinge
wedstrijden op de Gorsselse heide meereed om te proberen die liter olie te bemachtigen,
die de winnaar in 't vooruitzicht was gesteld.
In deze races gaf de Jawa niet de gewenste medewerking, Beter ging het later in
de Overijselrit, waar hij een zilveren plak haalde.
Het huis met de grote zolder.
In
Zandvoort
De KNMV-Sterrendag op 't circuit van Zandvoort bracht Herman Meijer vóór 't eerst
in contact met wegraces. Dat was in 1963 toen hij met één 50 cc Kreidler een ronde
van 85 km/u draaide en daarmee de 80- ster verwierf. Om in wegrace's een redelijke
krans te hebben moest dit gemiddelde omhoog en hieraan werden de lange winteravonden
1963-'64 besteed. In het voorjaar van 1964 moest het gebeuren. In de races te Rockanje
moest hij nog verstek laten gaan, maar in Tubbergen maakte hij zijn wedstrijddebuut
en bezette daar meteen al een uitstekende, tweede plaats.
Het ging goed, dat seizoen. Zo goed zelfs, dat hij in z'n eerste racejaar al Nederlands
juniorenkampioen werd.
Zijn rondegemiddelde in Zandvoort was ondertussen tot 102,7 km/ u, gestegen. in 1965
ging 't ook voorspoedig.
De landstitel ontging hem omdat vorig jaar de KNMV besloten had alle 50 cc-rijders
in een categorie onder te brengen, dus ook de bevoorrechte renners met fabrieksmateriaal.
Herman bezette een eervolle derde plaats.
De resultaten van dit jaar zijn u reeds bekend. Zijn rondetijd in Zandvoort ligt
nu reeds rond de 115 km/ U. En dat met een ,brommer". Trouwens, de snelheden met
de 50 cc motoren liggen maar weinig lager dan die van de 125 cc.
Deze stijgende lijn heeft zijn oorzaak in de groter wordende rijvaardigheid zoals
verbeterde bochtentechniek en door zijn kundigheid als monteur.
Thuis hanteert Herman fraaie en ook kostbare gereedschappen en machines om ook die
laatste kilometers uit zijn machientje to halen. Ook de wegligging en de stroomlijnomhulling
hebben uiteraard de volle aandacht.
Bijna altijd is Meijer 't vlugst van start, waarna hij bij gemengde races slechts
een paar Nederlandse internationale rijders tijdens 't verdere wedstrijdverloop
moet laten voorbijgaan.
Herman krijgt bloemen van Dikie
De grote animator van de Nederlandse Kreidlersuccessen de heer Van Veen geheel links
met o.a. de heren Jan Smit en v.d. Born van zijn toenmalige technische staf en vier
van zijn meest verdienstelijke coureurs (de vier kleinsten op de foto uiteraard!)
van links naar rechts Jos Schurgers, Aalt Toersen, Jan de Vries en Herman Meij, die
toen ook nog Kreidler reed.
Verteller Huldiging.
V.l.n.r. Martin Rijkhoff, Minus de Vries, Henie Jansen, Arie Versteeg en Herman Meijer.
50 cc: Herman Meijer. Laren Gld
125 cc: Martien Rijkhoff. Krommenie.
250 cc: Arie Versteeg. Roterdam.
350 cc: Hennie Jansen. Tubbergen.
500 cc Minus de Vries. Wormer.
WEGRACEKAMPIOENSCHAPPEN1966
Internationale kampioenen
Tijdens de op 31 juli j1. op het Circuitvan
Zandvoort, gehouden. wegraces zijn de
navolgende internationale wegracekampioenen
uit de bus gekomen.
50 cc klasse— A. Toersen;
125 cc klasse — C. van Dongen:
250 cc klasse — R. Breedt;
350 cc klasse— C. Swart;
500cc klasse — B. Oosterhuis
Het feit, dat van de acht in de. 50 ce klasse te behalen kampioenschappen niet minder
dan zes op Kreidler werden gewonnen, was voor de heer Van Veen, importeur van het
succesvolle merk, aanleiding om „zijn" rijders eens extra te huldigen. En zo was
er in het Kreidler-home in Amsterdam een gezellige reunie, waarbij wij de kampioenen,
geflankeerd door de heren Van Veen (links) en Van de Horn, teamleider en technisch
brein bij het tun.en en bouwen van wedstrijd-Kreidlers, naar het vogeltje lieten
kijken. U ziet op de voorste rij v.l.n.r. A. Gebben (cross junior, grasbaan senior),
A. Toersen (int. wegrace), Jan de Vries en H. Meijer (nat. wegrace) en achteraan
racemonteur Jan Smit en J. Meijer (junior grasbaan).
Op deze avond ging de Kreidler Sportfilm 1966 in première, die bij het selecte publiek
veel bijval oogstte en om met een interessant nieuwtje te besluiten: Aart Toersen
en Jan de Vries zijn door de fabriek uitgenodigd om straks, in maart, de machine
te bemannen, waarmee Kreidler in Frankrijk een aanval op het werelduurrecord zal
ondernemen.
BATHMEN — Aan de uiterste rand van de gemeente Bathmen woont de thans 24-jaar oude
Herman Meijer met zijn vrouw en zoontje, en met zijn schoonouders, de familie H.
Goorman. Hij is automonteur van beroep en zijn grootste hobby is wel de wegraces.
Op enkele onderdelen na heeft hij z'n machine zelf gebouwd; het onderhoud en de
eventuele reparaties verzorgt hij eveneens zelf.
In zijn werkplaats vindt men dan ook een keur van precisieapparaten welke nodig zijn
om een dergelijke machine in elkaar te bouwen. Avonden worden er dan ook aan besteed
om de laatste kilometers er uit te halen.
Het resultaat hiervan is het behalen van het landskampioenschap in de 50 cc klasse.
Zijn rondetijd ligt rond de 115 km.-u.
Van de 5 verreden races heeft hij er vier gewonnen en hiermee vier keer het maximale
aantal punten van 20 behaald.
De voor de kampioenschap meetellende wedstrijden zijn gehouden te Rockanje, Tubbergen,
Etten (N.-Br.), Oldebroek en twee keer `,e Zandvoort.
Naast de twee 50 cc. Kreidlers bezit de heer Meijer ook nog een 125 cc. Honda, die
hij berijdt om meer feeling te krijgen voor het racen met zwaardere motoren en ook
omdat het meerijden in twee klassen vereist is, teneinde een internationaal startbewijs
te verkrijgen.
De plannen van Herman Meijer zijn dan ook om volledig beroepsrenner te worden en
zo gauw mogelijk alle Europese circuits te leren kennen. Het liefst in de 50, 125
en de 250 cc. klasse.
Ergens droomt hij van een carrière als fabrieksrenner of als constructeur-monteur
in een experimentele afdeling motorbouw.
Doch met deze plannen komen ook de financiële problemen.
De drie jaren, waarin hij nu aan het racen is, leverden hem maar enkele tientjes
op. Hierbij komt het erg dure materiaal dat nodig is. De banden bijv. kosten gemiddelde
per race per stel al honderd gulden.
„Als amateur kan ik dit me niet veroorloven. Ik ben dus, genoodzaakt goedkopere banden
te rijden, doch deze zullen vlugger een glad loopvlak krijgen. In de bochten kan
ik de machine dan niet zo plat leggen. En met regenachtig weer ga je eerder onderuit.
De motor-rensport is een mooie en eerlijke sport en is niet zo gevaarlijk als het
wel lijkt. De hoge snelheden, welke gereden worden, brengen uiteraard risico's mee,
maar al met al valt dit nog wel mee", vertelt de heer Meijer.
„Het bochtenwerk vereist je volle concentratie, vooral wanneer je in duel bent gewikkeld.
De heroepsrennerij zal meer financiële middelen vergen. Ik heb reeds hiervoor een
aanbieding ontvangen in de vorm van een bestelauto, welke m'n drie motoren door
Europa zal rijden.
Meerdere sponsors zouden mij zeer welkom zijn om mij doel te bereiken en daarmee
tegens het hunne. Een reclame op mijn wagen komt héél ver in het rond".
Hopenlijk worden zijn wensen vervuld en zal de naam Herman Meijer tot ver over
de grenzen bekendheid krijgen.
Een feestelijk versierde Utrechtse Tivoli-zaal, een flinke opkomst van motorsportbelangstellenden uit het gehele land om de nieuwe kampioenen toe te juichen, een op volle toeren spelend orkest, hetzelfde nog steeds dat sinds mensenheugenis deze traditionele K.N.M.V.bijeenkomst met de kampioenen op verdienstelijke wijze een vrolijke muzikale omlijsting geeft, het waren alle- maal factoren om zondagmiddag 20 december tot een prettig en waardig huldigingsfeest te maken. Maar jammer, jammer, jammer! De geluidsinstallatie, door de jaren heen tóch al geen sterk punt in deze zaal, liet
deze keer volkomen te wensen over. Geluid was er genoeg, maar het was vervormd tot een vrijwel onverstaanbaar gebrom. En omdat de aanwezigen het gesprokene toch niet konden volgen, maakte men het zich aan de tafeltjes wat gezelliger door onder de toespraken met elkaar te blijven praten, waardoor het gebrom uit de luidsprekers in het geroezemoes geheel verloren ging. Zo ging het welkomstwoord van K.N.M.V.-voorzitter N. Rodenburg direct al de mist in en deed later sport-voorzitter'H. Burik vergeefs zijn best zich verstaanbaar te maken. Het lukte hem maar af en toe.