Previous (left) Next (right) Back (history)
LRT - Op bezoek 2.

Het merkwaardige feit doet zich voor dat Herman Meijer, ondanks een junior kampioenschap in 1964 en een nationaal kampioenschap in 1966 in de 50 cc klasse, bij lange na niet de bekendheid geniet van andere prominente cracks in de lichte klasse. Door zijn rustige rijstijl valt het de toeschouwers meestal niet op dat de kleine man uit Laren weer (onopvallend) hard gaat en daarom steeds voorin weet te eindigen. Wie is nu die Herman Meijer?

Tijdens de laatste races op Zandvoort kreeg Meijer (22) de beschikking over een 12 versnellings ex-fabrieks Kreidler waarmee hij derde werd.

Voor alles is de nieuwe nationale kampioen een self made man, niet alleen in het dagelijks leven, waarin hij als automonteur zijn brood verdient, maar ook in de wegracerij.


Want Herman Meijer heeft na de lagere school verder geen enkel technisch onderwijs genoten. Om zijn signalement te completeren: Herman is getrouwd en vader van een nu tweejarige zoon, die vernoemd is naar één der grootste internationale wegrenners van deze tijd: Jim Redman. Herman is 1.70 meter lang en weegt 111 pond, hetgeen welhaast een ideaal gewicht genoemd mag worden in verband met het in de FIM-reglementen vastgestelde minimumgewicht van de rijder (in racetenue) van 60 kg, hoewel wij ons afvragen of er aan dit punt bij nationale races wel voldoende aandacht wordt geschonken. Zijn lengte van 1.70 meter is niet ideaal te noemen, hetgeen hem destijds bij de selectie van rijders voor de ex-fabrieksrijders van Kreidler importeur Van Veen reeds parten heeft gespeeld, omdat hij 5 cm boven de maat was. Hoewel dit vanzelfsprekend een grote teleurstelling betekende, was het ook een aansporing voor de in het Gelderse Laren.

Constructeur/racer

De thans 30-jarige wegrace-enthousiast is niet alleen een knap constructeur, maar ook zelf coureur.

Het compact geconstrueerde blok met watergekoeld carter weegt 9 kg. Krukas en 6-bak kunnen beide naar links toe uitgebouwd worden.

In feite is daar alles mee begonnen. Een goede vijf jaar geleden koesterde hij nog serieuze plannen voor een internationale wegracecarrière, maar nu hij ouder en wijzer is zijn die jeugdambities wat geluwd. Maar, "het racen zal ik niet gauw opgeven," zegt hij, gezeten in de woonkamer van zijn zelf verbouwde huis. "Ik heb van m'n hobby m'n beroep gemaakt, dat klinkt natuurlijk fantastisch, maar anderzijds zou ik niemand iets dergelijks als ik nu doe durven aanraden. Het is een boeiend vak, elke opdracht is een uitdaging, maar een probleem is, dat je vanwege het hobby-element en het feit, dat je elke jongen die bij je komt goed kent, te gauw geneigd bent te weinig zakelijk te denken. Dat kan ik feitelijk helemaal niet maken, want tenslotte is het m'n boterham. Misschien zet ik er in de toekomst definitief een punt achter en maak ik m'n materiaal -twee grote draaibanken, een freesbank, een rondslijpbank

en wat kleiner spul- op een andere manier productief. Nu kan dat niet, want al m'n uren zijn bezet met ontwikkelen en fabriceren van race-onderdelen! Voor wegrace-enthousiasten is het een genot om in de werkplaats van Herman rond te snuffelen. Op de proefstand staat zijn eigen 50 cc racer, een kunstwerkje apart. Een elektrisch aangedreven zaagbank staat continu „moppen ijzer af te zagen: het geboorte stadium van een kleine serie van 5- en 6-versnellingsbakken.




In een apart kantoor ontdekken wij een speciaal racecarter, het prototype van de racer op de proefstand. Het carter, waarbij zowel de krukas als de 6-versnellingsbak via zijdeksels naar links toe kunnen worden uitgebouwd (onafhankelijk van elkaar), is gemaakt uit een massief (!) blok aluminium. Herman was er drie maanden intensief aan bezig, voordat hij uit het blok massief een motorcarter gedraaid, gestoken en geboord had. "Ik heb maar niet opgeschreven wat het me gekost heeft" zegt Herman wat verlegen lachend, zoiets moet je maar zien als een reclame werkstukje."

Het motortje is inderdaad iets zeer bijzonders. Met uitzondering van de inbusboutjes waarmee de 50 cc krachtbron gemonteerd is, heeft Herman vrijwel alles zelf gemaakt. Het speciale carter, de zeer bijzondere 6-versnellingsbak met trek spieschakeling -totale breedte circa 45 mm dankzij steeds smaller wordende tandwielen afhankelijk van de belasting- de krukas, de drijfstang, het speciale koelsysteem, de droge koppeling, kortom vrijwel alles.

Deze mocht niet mee met de trein.

Weinig bekendheid

Opmerkelijk is, dat deze feiten vrijwel onbekend zijn. Toch zijn er al heel wat bekende racers bij Herman te biecht geweest. Het aantal opdrachten voor versnellingsbakken of het close-ratio maken van standaard versnellingsbakken, zowel in de lichte als in de zware klasse, is vrijwel talloos. Tot zijn klanten mocht Herman o.a. rekenen Cees van Dongen, Jan Huberts en Jamathi. Voor Jamathi construeerde Herman in 1971 drie speciale 6-versnellingsbakken, waarvan de verhoudingen aangepast konden worden aan de moeilijkheden van een bepaald Grand Prix circuit. Dezelfde bakken worden nu nog toegepast in de Jamathi racers, waarvoor Herman verder heel wat krukassen gemaakt heeft.

Een trein krukassen.

De vier uitbalanceer gaten zitten aan de binnenkant en zijn opgevuld met aluminium.

Hier ben ik bezig met het slijpen van een krukas wang.

Hier worden de uitbalanceergaten gevreesd die in een latere fase met aluminium worden opgevuld.

Herstel bewerking om de klauwplaat zuiver te maken, om in een latere fase de passing in de krukas op de juiste maat te brengen voor de bigendpen boring slag verhouding 39.50 X 40 mm.


In een latere fase wort er met een hoon apparaat de passing voor de kruk pen op de juiste maat gebracht bij een temperatuur van 25 graden Celsius, deze passing is min 0,09 mm +- 0,005 mm.

De motor is dermate compact gebouwd, dat deze kant en klaar slechts 9 kg weegt! Ja het. staat er goed: 9 kg. Over het geleverde vermogen, 11 pk aan het achterwiel, is Herman nog niet tevreden, "maar", zegt hij, "ik heb de afgelopen winter te veel dingen tegelijk veranderd: de boring, de slag, de drijfstanglengte en het cartervolume. Dat heeft me deze zomer veel problemen gegeven, waardoor ik wat de raceplannen betreft gewoon niet heb kunnen doen wat ik van plan was.


Overigens heb ik het aan m'n sponsor, Caraco ijsgrossier Van de Velde uit Bakkeveen, te danken dat ik überhaupt dit seizoen heb kunnen racen. Als oud crosser gaf Van de Velde mij een mooi contract. Met de Caraco Maico eindigde ik dit jaar als tweede op de ranglijst voor het kampioenschap".

stroom schema koelwater.

Het koelsysteem is in zoverre bijzonder, dat het een gesplitst systeem is.

Elk koelcircuit heeft zijn eigen elektrisch aangedreven pomp.

De cilinder en kop worden gekoeld door een radiateur, die tegen de voorste framebuizen gemonteerd is.

Tubbergen 1972 Herman Meijer - Bennie Winkel -

Bill Reindersma - Maico 125 cc.

Dit spreekt voorzig.

                                                   Riemer en Annie van der Velde Koninklijk onderscheiden.


Heerenveen - Vrijdagavond 29 September heeft Commissaris van de Koningin van de provincie Fryslân, drs. E.H.T.M. Nijpels aan Riemer van der Velde uit Langweer de versierselen uitgereikt behorende bij zijn benoeming tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Ook echtgenote Annie van der Velde-Idzinga mocht een Koninklijke onderscheiding in ontvangst nemen. Zij is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Burgemeester Peter de Jonge benoemde namens de gemeenteraad het paar tot ereburgers van Heerenveen. De Jonge overhandigde de oorkonde waarop het desbetreffende raadsbesluit staat gecalligrafeerd, alsmede de draagspeld behorende bij het ereburgerschap.De onderscheidingen werden uitgereikt tijdens het afscheid van de heer Van der Velde als voorzitter van SC Heerenveen.


Heerenveen - 2008.

Ondanks de toepassing van buis met een wanddikte van 2 mm (gebruikelijk is 1,5 mm) zit de complete Hemeyla racer toch nog 3 kg onder het door de FIM voorgeschreven minimum gewicht van 55 kg en dat ondanks de toepassing van een dubbel koelsysteem, de montage van twee Bosch pompen en het meevoeren van twee accu's.

LRT. #top Bromfiets.
Met deze machines werden niet alleen "zwarte" crosses en trials verreden, maar hierop werden ook de eerste opvoerexperimenten uitgevoerd, die zoals Herman ruiterlijk bekent niet allemaal een verbetering van de prestaties inhielden. Op één van zijn eerste bromfietsen, een Batavus JL0 motor, moest maar liefst 11 maal een nieuwe cilinder gemonteerd worden! omdat hij bij het experimenteren net iets te ver was gegaan… Van motoren met een normaal zuigergestuurd inlaatsysteem is Herman inmiddels al lang geleden afgestapt, want om bij de huidige ontwikkelingen in de (nationale) 50 cc klasse vooraan mee te draaien is een roterende inlaat zonder meer een noodzaak. Zijn eerste contact met de wegracerij dateert uit 1963, toen hij op de KNMV-sterrendag een ronde van 85 km/uur draaide. Via de Kreidler importeur had hij beslag weten te leggen op de 4 versnellings Kreidler van van Koeveringe, die door zijn lange en lage bouw wel iets van een "kneeler" weg heeft. De top van 112 km/uur was hem echter bij lange na niet hoog genoeg. Door enkele eigenhandige verbeteringen en de montage van een zelf gemaakte stroomlijn gingen de prestaties  
Meijer (22) aan kop van een groep rijders op het circuit van Oldebroek.
Dit was de enige wedstrijd in dit seizoen, waarin hij door pech uitviel.

woonachtige wegrace enthousiast om zijn eigen materiaal supersnel te maken en inderdaad heeft Meijer een enkele maal het genoegen gesmaakt dat zijn zelf "opgefokte" 5-versnellingen tellende Kreidler sneller bleek dan de 12 versnellingen tellende fabrieksracers. Hoe of Herman er toe gekomen is zich op de wegracerij toe te leggen? Van jongst af aan heeft de thans 24-jarige belangstelling gehad voor de wedstrijdsport en hoewel zijn eerste ervaringen opgedaan werden op een gewone fiets waarmee hij zelfs een door Batavus uitgeloofde beker wist te veroveren kwamen daar al spoedig bromfietsen en motorfietsen voor in de plaats.

Dankzij twee nationale 50 cc titels begon Herman toen naam te maken als constructeur. Zijn tuningsbedrijfje begon al spoedig dermate goed te lopen, dat hij in 1968 geheel voor zich zelf begon en verhuisde naar de Deventerweg 59 in Laren waar hij een goed ingerichte werkplaats achter het huis bouwde.

Uit die werkplaats zijn al veel bijzondere dingen gekomen. Herman heeft zich gespecialiseerd in het construeren van race-versnellingsbakken, speciale krukassen en het ombouwen van zuigergestuurde tweetakten tot roterend gestuurde tweetakt motoren. Niet zonder enige trots zegt de Larense constructeur/coureur: "Wie een close-bak of een speciale krukas nodig heeft komt bij mij terecht". Zijn werkplaats in Laren is bijzonder goed uitgerust en voor het maken van versnellingsbakken of racekrukassen hoeft Herman geen bewerkingen uit te besteden. Zijn opdrachtenlijst vermeldt veel bekende namen. Zo maakte hij enkele jaren geleden de 6-versnellingsbakken voor de ex-fabrieks Suzuki's van Henk Viscaal (9-versnellings types) en de machine van Barry Sheene (een 10-versnellingstype), waarmee de Brit in 1971 bijna wereldkampioen werd in de 125 cc klasse.

Verhuizen.

Verder zou hij graag de nodige ervaring opdoen in het buitenland, niet alleen vanwege verdiensten, maar ook met het oog op een eventuele race-carriere.

Toen wij Herman Meijer eind 1966 voor de eerste maal opzochten in het Gelderse Laren stond hij aan het begin van zijn constructeurs loopbaan. In 1966 werkte Herman nog vier dagen per week als automonteur, terwijl hij de rest van zijn uren productie maakte in het tot werkplaats omgebouwde kippenhok achter de boerderij van zijn schoonvader.

boerderij van zijn schoonvader.

Kippenhok omgetoverd tot werkplaats.

Seizoen 1965, waarin Herman in de 50 cc senioren klasse startte, was wat minder succesvol hoewel hij wel regelmatig in de voorste gelederen meedraaide, in de eindstand van het wegrace-kampioenschap kwam hij op de vijfde plaats. Het afgelopen seizoen bracht hem weer een fel betwist kampioenschap. Van de in totaal zes wedstrijden wist hij maar liefst in vijf het maximum aantal kampioenspunten in de wacht te slepen. Het 4-versnellingsblok had inmiddels plaats moeten maken voor een exemplaar met 5 versnellingen. De krachtbron werd zelf voorzien van een roterende inlaat en met behulp van een proefbank -waarvan het voornaamste bestanddeel een enorm zware elektromotor is- kreeg het motortje een zodanige karakteristiek, dat de 5-versnellingsbak, die afkomstig was uit een normaal Kreidler 5-versnellingsblok, voldoende was om het motortje bij de juiste toerentallen te kunnen "bespelen" zonder een beroep te doen op de koppeling. Voor een dergelijk hoog opgevoerd machientje is de powerband van 10.000-11.500 omw/min dan ook uitzonderlijk breed. In 1966 kwam Herman ook voor het eerst uit in de 125 cc klasse, eveneens op een eigen getunde machine. Uitgaande van een 125 cc Honda SS wist hij door de nodige veranderingen een uiterst snelle, maar bovendien betrouwbare machine te creëren, waarmee hij zich in het afgelopen seizoen vaak sneller toonde dan originele Honda (of andere merken) productieracers. In de eindstand van het kampioenschap in de 125 cc klasse legde hij beslag op de vijfde plaats. Ook voor 1967 heeft Herman weer de nodige raceplannen. In zijn kleine, goed geoutilleerde werkplaats achter de boerderij van zijn schoonouders wordt druk gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe machines en ergens in zijn achterhoofd speelt zelfs de gedachte aan multi-cilinders. Verdere wensen? In de eerste plaats een eigen zaak, die gespecialiseerd zal zijn in het tunen en race-klaar maken van zowel wegrace- als motorcrossmachines. Voor een klein gedeelte is deze wens al in vervulling gegaan. Onlangs heeft U in MOTOR een advertentie kunnen lezen van hem met het aanbod roterende inlaten te maken op motoren met een normaal zuigergestuurd inlaatsysteem voor cross en wegrace. De reacties daarop waren dusdanig dat hij slechts vier dagen in de week als automonteur werkzaam is en de rest van de week en vaak ook de avonduren in zijn eigen werkplaats te vinden is.
Aan het werk in zijn kleine, goed geoutilleerde werkplaats.

Ook het rijwielgedeelte heeft interessante kanten. Het frame is een constructie van vriend Bill Reindersma, die het Hemeyla blokje in een super laag en super slank frame bouwde.

De achtervork heeft één centraal veerelement, dat vóór het achterwiel geplaatst is. De achtervork heeft een in excentrisch gemonteerde lagering.

Een extreem voorbeeld van grondspeling. Niet om nergens mee aan de grond te komen, maar om de eigenlijke motorhoogte gering te houden en daarmee het allesbeheersend frontaal oppervlak. Het is een nieuw Hemeijla prototype van Herman Meijer.

Water inlaat.
Carter aanzicht van de linkerkant.
van dit machientje reeds aanzienlijk de hoogte in. In zijn allereerste wedstrijd in het seizoen 1964 veroverde hij op het circuit van Tubbergen direct een tweede plaats, gevolgd door een prachtige overwinning in Etten, waarna hij tenslotte op Zandvoort het junior kampioenschap op zijn naam bracht na een prachtige inhaalrace, waarbij hij tevens de snelste ronde van de dag in de 50 cc junioren klasse draaide met 102,7 km/uur.
LRT.