Bron: Motor, 21 mei 1965 Auteur: JCV Het merkwaardige feit doet zich voor dat Herman
Meijer, ondanks een junior kampioenschap in 1964 en een nationaal kampioenschap in
1966 in de 50 cc klasse, bij lange na niet de bekendheid geniet van andere prominente
cracks in de lichte klasse. Door zijn rustige rijstijl valt het de toeschouwers meestal
niet op dat de kleine man uit Laren weer (onopvallend) hard gaat en daarom steeds
voorin weet te eindigen. Wie is nu die Herman Meijer?
Aan het werk in zijn kleine, goed geoutilleerde werkplaats.
Tijdens de laatste races op Zandvoort kreeg Meijer (22) de beschikking over een 12
versnellings ex-fabriek's Kreidlerwaarmee hij derde werd.
Een actieopname op de eigen 5-versnellings Kreidler. Let eens op de typische zit
positie.
Meijer (22) aan kop van een groep rijders op het circuit van Oldebroek. Dit was de
enige wedstrijd in dit seizoen, waarin hij door pech uitviel.
Herman Meijer en vriend Bill Reindersma bij de Caraco-Hemeyla racer.
Rockanje 1966 6.Herman Meijer Honda 125
Voor alles is de nieuwe nationale Kampioen een self made man, niet alleen in het dagelijks leven, waarin hij als automonteur zijn brood verdient, maar ook in de wegracerij. Want Herman Meijer heeft na de lagere school verder geen enkel technisch onderwijs genoten. Om zijn signalement te completeren:Herman is getrouwd en vader van een nu tweejarige zoon, die
vernoemd is naar één der grootste internationale wegrenners van deze tijd: Jim Redman. Herman is 1.70 meter lang en weegt 111 pond, hetgeen welhaast een ideaal gewicht genoemd mag worden in verband met het in de FIM-reglementen vastgestelde minimumgewicht van de rijder (in racetenue) van 60 kg, hoewel wij ons afvragen of er aan dit punt bij nationale races wel voldoende aandacht wordt geschonken. Zijn lengte van 1.70 meter is niet ideaal te noemen, hetgeen hem destijds bij de selectie van rijders voor de ex-fabrieksrijders van Kreidler importeur Van Veen reeds parten heeft gespeeld, omdat hij 5 cm boven de maat was. Hoewel dit vanzelfsprekend een grote teleurstelling betekende, was het ook een aansporing voor de in het Gelderse Laren woonachtige wegrace enthousiast om zijn eigen materiaal supersnel te maken en inderdaad heeft Meijer een enkele maal het genoegen gesmaakt dat zijn zelf"opgefokte" 5” versnellingen tellende Kreidler sneller bleek dan de 12 versnellingen tellende fabrieksracers. Hoe of Herman er toe gekomen is zich op de wegracerij toe te leggen? Van jongst af aan heeft de thans 24-jarige belangstelling gehad voor de wedstrijdsport en hoewel zijn eerste ervaringen opgedaan werden op een gewone fiets waarmee hij zelfs een door Batavus uitgeloofde beker wist te veroveren kwamen daar al spoedig bromfietsen en motorfietsen voor in de plaats. Met
deze machines werden niet alleen "zwarte" crosses en trial's verreden, maar hierop werden ook de eerste opvoerexperimenten uitgevoerd, die zoals Herman ruiterlijk bekent niet allemaal een verbetering van de prestaties inhielden. Op één van zijn eerste bromfietsen, een Batavus JL0 motor, moest maar liefst 11 maal een nieuwe cilinder gemonteerd worden! omdat hij bij het experimenteren net iets te ver was gegaan… Van motoren met een normaal zuigergestuurd inlaatsysteem is Herman inmiddels al lang geleden afgestapt, want om bij de huidige ontwikkelingen in de (nationale) 50 cc klasse vooraan mee te draaien is een roterende inlaat zonder meer een noodzaak. Zijn eerste contact met de wegracerij dateert uit 1963, toen hij op de KNMV-sterrendag een ronde van 85 km/uur draaide. Via de Kreidler importeur had hij beslag weten te leggen op de 4 versnellings Kreidler van van Koeveringe, die door zijn lange en lage bouw wel iets van een "kneeler" weg heeft. De top van 112 km/uur was hem echter bij lange na niet hoog genoeg. Door enkele eigenhandige verbeteringen en de montage van een zelf gemaakte stroomlijn gingen de prestaties van dit machientje reeds aanzienlijk de hoogte in. In zijn allereerste wedstrijd in het seizoen 1964 veroverde hij op het circuit van Tubbergen direct een tweede plaats, gevolgd door een prachtige overwinning in Etten, waarna hij tenslotte op Zandvoort het junior kampioenschap op zijn naam bracht na een prachtige inhaal race, waarbij hij tevens de snelste ronde van de dag in de 50 cc
junioren klasse draaide met 102,7 km/uur. Seizoen 1965, waarin Herman in 50cc senioren klasse startte,was wat minder succesvol hoewel hij wel regelmatig in de voorste gelederen meedraaide, in de eindstand van het wegrace-kampioenschap kwam hij op de vijfde plaats. Het afgelopen seizoen bracht hem weer een fel betwist kampioenschap. Van de in totaal zes wedstrijden wist hij maar liefst in vijf het maximum aantal kampioenspunten in de wacht te slepen. Het 4-versnellingsblok had inmiddels plaats moeten maken voor een exemplaar met 5 versnellingen. De krachtbron werd zelf voorzien van een roterende inlaat en met behulp van een proefbank -waarvan het voornaamste bestanddeel een enorm zware elektromotor is- kreeg het motortje een zodanige karakteristiek, dat de 5-versnellingsbak, die afkomstig was uit een normaal Kreidler 5-versnellingsblok, voldoende was om het motortje bij de juiste toerentallen te kunnen "bespelen" zonder een beroep te doen op de koppeling. Voor een dergelijk hoog opgevoerd machientje is de powerband van 10.000-11.500 omw/min dan ook uitzonderlijk breed. In 1966 kwam Herman ook voor het eerst uit in de 125 cc klasse, eveneens op een eigen getunde machine. Uitgaande van een 125 cc Honda SS wist hij door de nodige veranderingen een uiterst snelle, maar bovendien betrouwbare machine te creëren, waarmee hij zich in het afgelopen seizoen vaak sneller toonde dan originele Honda (of andere merken) productieracers. In de eindstand van het kampioenschap in de 125 cc klasse legde hij beslag op de vijfde plaats. Ook voor 1967 heeft Herman weer de nodige raceplannen. In zijn kleine, goed geoutilleerde werkplaats achter de boerderij van zijn schoonouders wordt druk gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe machines en ergens in zijn achterhoofd speelt zelfs de gedachte aan multi-cilinders. Verdere wensen? In de eerste plaats een eigen zaak, die gespecialiseerd zal zijn in het tunen van en race-klaar maken van zowel wegrace- als motorcrossmachines.
Voor een klein gedeelte is deze wens al in vervulling gegaan. Onlangs heeft U in MOTOR een advertentie kunnen lezen van hem met het aanbod roterende inlaten te maken op motoren met een normaal zuigergestuurd inlaatsysteem voor cross en wegrace.De reacties daarop waren dusdanig dat hij slechts vier dagen in de week als automonteur werkzaam is en de rest van de week en vaak ook de avonduren in zijn eigen werkplaats te vinden is. Verder zou hij graag de nodige ervaring opdoen in het buitenland, niet alleen vanwege verdiensten, maar ook met het oog op een eventuele race-carrier e.
H.R. Renners! Mijn Kreidlér ex-fabrieksmachine met• roterende inlaat, stercil. enz.
kampioen '64 en '66 en mijn Honda 125 cc m. 2 carb., spec. nokkenas enz., bewezen
de snelste zelf getunede Honda 125 (5e pl. kampioenschap). Tevens een dubb. buizenframe
passend v. Kreidler m. wielen, tank en stroomlijn (zie motorkal. okt. '67 nr. 22).
H. Meyer, Zuidloo 11, Laren Gld. 's Zaterdags tel. te ben onder nr. 05731-319.
Toen wij Herman Meijer eind 1966 voor de eerste maal opzochten in het Gelderse Laren stond hij aan het begin van zijn constructeurs loopbaan. In 1966 werkte Herman nog vier dagen per week als automonteur, terwijl hij de rest van zijn uren productie maakte in het tot werkplaats omgebouwde kippenhok achter de boerderij van zijn schoonvader. Dankzij twee nationale 50 cc titels begon Herman toen naam te maken als constructeur. Zijn tuningsbedrijfje begon al spoedig dermate goed te lopen, dat hij in 1968 geheel voor zich zelf
zonder enige trots zegt de Larense constructeur/coureur: "Wie een close-bak of een speciale krukas nodig heeft komt bij mij terecht". Zijn werkplaats in Laren is bijzonder goed uitgerust en voor het maken van versnellingsbakken of racekrukassen hoeft Herman geen bewerkingen uit te besteden. Zijn opdrachtenlijst vermeldt veel bekende namen. Zo maakte hij enkele jaren geleden de 6-versnellingsbakken voor de ex-fabrieks Suzuki's van Henk Viscaal (9-versnellings types) en de machine van Barry Sheene (een 10-versnellingstype), waarmee de Brit in 1971 bijna wereldkampioen werd in de 125 cc klasse.
begon en verhuisde naar de Deventerweg 59 in Laren waar hij een goed ingerichte werkplaats achter het huis bouwde. Uit die werkplaats zijn al veel bijzondere dingen gekomen. Herman heeft zich gespecialiseerd in het construeren van race-versnellingsbakken, speciale krukassen en het ombouwen van zuigergestuurde tweetakten tot roterend gestuurde tweetakt motoren. Niet
Weinig bekendheid Opmerkelijk is, dat deze feiten vrijwel onbekend zijn. Toch zijn er al heel wat bekende racers bij Herman te biecht geweest. Het aantal opdrachten voor versnellingsbakken of het close-ratio maken van standaard versnellingsbakken, zowel in de lichte als in de zware klasse, is vrijwel talloos. Tot zijn klanten mocht Herman o.a. rekenen Cees van Dongen, Jan Huberts en Jamathi. Voor Jamathi construeerde Herman in 1971 drie speciale 6-versnellingsbakken, waarvan de verhoudingen aangepast konden worden aan de moeilijkheden van een bepaald Grand Prix circuit. Dezelfde bakken worden nu nog toegepast in de Jamathi.
Constructeur/racer
De thans 30-jarige wegrace-enthousiast is niet alleen een knap constructeur, maar ook zelf coureur. In feite is daar alles mee begonnen. Een goede vijf jaar geleden koesterde hij nog serieuze plannen voor een internationale wegrace carrière, maar nu hij ouder en wijzer is zijn die jeugdambities wat geluwd. Maar, "het racen zal ik niet gauw opgeven," zegt hij, gezeten in de woonkamer van zijn zelf verbouwde huis. "Ik heb van m'n hobby m'n beroep gemaakt, dat klinkt natuurlijk fantastisch, maar anderzijds zou ik niemand iets dergelijks als ik nu doe durven aanraden. Het is een boeiend vak, elke opdracht is een uitdaging, maar een probleem is, dat je vanwege het hobby-element en het feit, dat je elke jongen die bij je komt goed kent, te gauw geneigd bent te weinig zakelijk te denken. Dat kan ik feitelijk helemaal niet maken, want tenslotte is het m'n boterham. Misschien zet ik er in de toekomst definitief een punt achter en maak ik m'n materiaal -twee grote draaibanken, een freesbank, een rondslijpbank en wat kleiner spul- op een andere manier productief. Nu kan dat niet, want al m'n uren zijn bezet met ontwikkelen en fabriceren van race-onderdelen! Voor wegrace-enthousiasten is het een genot om in de werkplaats van Herman rond te snuffelen.Op de proefstand staat zijn eigen 50 cc racer, een kunstwerkje apart. Een elektrisch aangedreven zaagbank staat continu „moppen ijzer af te zagen: het geboorte stadium van een kleine serie van 5- en 6-versnellingsbakken. In een apart kantoor ontdekken wij een speciaal racecarter, het prototype van de racer op de proefstand. Het carter, waarbij zowel de krukas als de 6-versnellingsbak via zijdeksels naar links toe kunnen worden uitgebouwd (onafhankelijk van elkaar), is gemaakt uit een massief (!) blok aluminium. Herman was er drie maanden intensief aan bezig, voordat hij uit het blok massief een
Overigens heb ik het aan m'n sponsor, Caraco ijsgrossier Van de Velde uit Bakkeveen,
te danken dat ik überhaupt dit seizoen heb kunnen racen. Als oud crosser gaf Van
de Velde mij een mooi contract. Met de Caraco Maico eindigde ik dit jaar als tweede
op de ranglijst voor het kampioenschap". Ook het rijwielgedeelte heeft interessante
kanten. Het frame is een constructie van vriend Bill Reindersma, die het Hemeyla
blokje in een super laag en super slank frame bouwde. De achtervork heeft één centraal
veerelement, dat vóór het achterwiel geplaatst is. De achtervork heeft een in excentrisch
gemonteerde lagering. Ondanks de toepassing van buis met een wanddikte van 2 mm (gebruikelijk
is 1,5 mm) zit de complete Hemeyla racer toch nog 3 kg onder het door de FIM voorgeschreven
minimum gewicht van 55 kg en dat ondanks de toepassing van een dubbel koelsysteem,
de montage van twee Bosch pompen en het meevoeren van twee accu's. Herman's vroegere
aspiraties voor een internationale wegracecarrière werden halfweg '71 nieuw leven
ingeblazen toen hij voor Jamathi uitkwam in de Grands Prix van België, Oost-Duitsland,
Tsjechoslowakije, Zweden, Italië en Spanje. Herman denkt met plezier terug aan deze
periode, waarin hij o.a, een tweede en een vierde plaats veroverde respectievelijk
in Tsjechoslowakije en Oost-Duitsland. Het leverde hem een gedeelde derde plaats
op de wereldranglijst op met Jos Schurgers, de Van Veen Kreidler coureur.
Van blok aluminium tot Motorblok.
Droge koppeling
Het koelsysteem is in zoverre bijzonder, dat het een gesplítst systeem is. De cilinder
en kop worden gekoeld door een radiateur, die tegen de voorste framebuizen gemonteerd
is.Het watergekoelde carter heeft een eigen circuit met de radiateur onder de motor
geplaatst. Elk koelcircuit heeft zijn eigen elektrisch aangedreven pomp. De motor
is dermate compact gebouwd, dat deze kant en klaar slechts 9 kg weegt! Ja het. staat
er goed: 9 kg. Over het geleverde vermogen, 11 pk aan het achterwiel, is Herman nog
niet tevreden, "maar", zegt hij, "ik heb de afgelopen winter te veel dingen tegelijk
veranderd: de boring, de slag, de drijfstanglengte en het cartervolume. Dat heeft
me deze zomer veel problemen gegeven, waardoor ik wat de raceplannen betreft gewoon
niet heb kunnen doen wat ik van plan was.
Herman's eigen racebak met snel uitwisselbare verhoudingen. Let op de verschillende
breedten van de tandwielen en de compactheid van beide tandwieltrossen. Totale breedte
circa 45 mm dankzij steeds smaller wordende tandwielen afhankelijk van de belasting
Het compact geconstrueerde blok met watergekoeld carter weegt 9 kg. Krukas en 6-bak
kunnen beide naar links toe uitgebouwd worden
Excentrisch gelagerde achtervork en centraal gemonteerde veerpoot!
Enkele Reacties.
Tet
mooi artikel,weet iemand of de racer die in dit artikel beschreven wordt nog bestaat?ik
zou het als een uitdaging beschouwen om een replica hiervan te bouwen. Herman Meijer
leeft nog wel maar wil er helemaal niets meer mee te maken hebben,dus daar hoef ik
het niet aan te vragen....rene
Rijk
Het frame lijkt mij niet zo'n probleem maar het blok lijkt mij meer problemen op
te leveren want volgens mij is het een uniek exemplaar tenzij er een misschien een
grote overeenkomst bestaat met een Jamathi blok.
Mvgrijk
LVS
ik heb de racer een jaar of 10 geleden gezien ,tijdens de brommer race in staphorst.
5- en 6-bakken
Herman's grootste specialiteit zijn versnellingsbakken. Door kleine
series op te zetten heeft hij de prijs tot een zeer interessant niveau weten terug
te brengen. Een close-ratio 5-bak voor Kreidler kost circa fl 275,- een speciale
close-ratio
6-versnellingsbak met trekspieschakeling, passend in de originele Kreidler carters,
kost fl 975,-. De 5-bak wordt „close" gemaakt door de verhoudingen van het 1e, 2e
en 5e versnellingstandwielpaar dichter bij die van de 3e en 4e versnelling te brengen.
De 6-bak is een volledig eigen constructie van Herman, een pure racebak, waarvan
de totale interne verhouding gelijk is aan die van de 5-bak. De trekspieschakeling
is een eigen constructie van Herman. In principe kan hij voor elke fiets een speciale
bak construeren, "maar" zegt Herman, "dat is vaak niet haalbaar vanwege de prijs.
Henk van Kessel heeft mij gevraagd een 6-bak voor zijn Yamaha te maken. maar ja,
één zo'n bak kost met de ontwikkelingskosten mee minstens 3000 gulden en dat is natuurlijk
niet te betalen. Als er meer belangstellenden zouden zijn, een serie van vijf bijvoorbeeld,
zou ik de prijs misschien omlaag kunnen brengen tot 12 à 1300 gulden"
Jan Bruins en Herman Meijer buigen zich gezamenlijk over een probleem aan de Monark-Sachs
motor. Op de voorgrond een aantal tandwielen in wording, rechts die welke bestemd
zijn voor de Sachs motor.
Ontwikkelingswerk
Over opdrachten hoeft Herman niet in te zitten. Momenteel heeft hij een Casal 50
cc blok onder handen, dat hij in opdracht van Peter Pauw, Jan Smit en T. Smeulders
(die gezamenlijk dit project onder handen hebben) moet voorzien van een roterende
inlaat, een 6-versnellingsbak en droge koppeling. Interessanter nog is de opdracht
van Monark fabriekscoureur en ontwikkelingsman Jan Bruins, voor wie hij bezig is
een speciale 6-versnellingsbak te bouwen voor de Sachs krachtbron, die verder voorzien
zal worden van rechte vertanding voor de primaire transmissie. Ook met het ontwikkelen
van een betrouwbare krukas schijnt Herman iets van doen te hebben. Jan Bruins is
momenteel keihard met zijn
Monark machines aan het werk, want naast voornoemde wijzigingen krijgen de Monark
racers ook een watergekoelde cilinder en cilinderkop en wat Jan betreft, een flink
aantal pk's méér! Naar vermogen zoekt ook Herman Meijer, die er na de problemen van
het afgelopen seizoen alle vertrouwen in heeft, dat zijn bijzonder fraai geconstrueerde
Hemeyla-Caraco racer in 1973 méér pk's in het slechts 9 kg wegende krachtbronnetje
zal hebben. Niet voor niets stond de machine bij ons bezoek op de proefstand, een
proefstand die self-made-man
Herman Meijer uiteraard ook zelf ontworpen en gebouwd heeft! Veel coureurs doen er
hun voordeel mee en zelfs uit het buitenland komen er aanvragen om proef te mogen
draaien! Herman heeft het wat je noemt gemaakt!
Hemeyla 6 bak voor Bridgestone125cc.
Luc
a dit is een van de grote 50cc pioniers uit mijn tijd. Ik ken hem dus goed en hij
was net als Jan Thiel een voorbeeld voor de hele 50cc wereld in die jaren. Het navolgende
schreef ik onlangs op mijn website:
"Hemeyla een historische 50cc grootheid Een beroemde
naam uit de even beroemde Nederlandse 50cc historie. Algemeen veel minder bekeken
als van Veen en Jamathi, maar binnen de 50cc wereld minstens zo gewaardeerd is Herman
Meijer uit Laren. Herman was een rasechte en zeer succesvolle 50cc pionier. Hij ontwikkelde
en vervaardigde echt alles. Zijn racers en vooral motor blokken en versnellingsbakken
zijn nog steeds zeer bewonderenswaardig. Hij was met andere leden uit zijn groep
Henk van Beek en Roelof Post, een van onze belangrijkste con couranten in de jaren
1966 t/m 1972. Ton Kooyman ook een coureur uit het Hemeyla team, schreef mij onlangs
een zeer interessante e-mail, met daarin veel informatie over de periode waarin hij
actief was. Binnenkort hoop ik het te kunnen plaatsen op een aparte pagina in de
drivers Galliër. Ook is veel informatie van Hemeyla te vinden in het 50cc museum
van Lexmond, wat zeer de moeite waard is.
Herman heb ik voor het laatst gezien bij de opening van het 50cc museum in 1998.
Hij heeft al zijn bekers aan het museum ge gegeven en heeft het om een of andere
reden helemaal met de sport gehad. Enkele racers en veel materiaal van hem staan
in het museum.
Groeten, Luc
Luc
Dit is een foto uit 1966 vlak na de start in Rockanje 22 is Herman en 58 ben ik.
Na 3 ronden nam Herman de kop over en won de wedstrijd.
Bron -- MAARTEN,S KREIDLER CLUB
Vincent
Prachtig dit!! Zeker leuk om te lezen! iedereen bedankt weer die hiervoor hebben
gezorgd.
Hemeyla staat voor Herman Meijer Laren.En niet Laren in het Gooi,maar in het Gelderse.Daar
en onder die naam woont en werkt één van Nederlands allerknapste motortuners en
-technici,die bovendien zulk een goed stuurman is, dat hij vorig jaar nog werd uitgenodigd
om het Jamathiteam bij te staan.
Intussen heeft Herman zich weer geheel toegelegd op het perfectioneren van zijn
eigen Hemeyla racer,waarvan
hij overigens ook enkele replicas heeft gemaakt.Zijn grote hobby,het racen,bekostigt
Herman namelijk uit het vervaardigen van speciale onderdelen voor andere racers.Een
van zijn belangrijke specialiteiten is versnellingsbakken.Tal van binnen- en buitenlandse
renners
van formaat rijden met een Hemeylabak. Of laag is het eigenlijk niet,maar bij een
bijna lachwekkend aandoende grondspeling (zelfs de onderkant van de kuip blijft boven
de lijn van de wielassen) is de afstand tussen de onderkant motorblok en bovenkant
tank nu wel tot
een absoluut minimum teruggebracht en daarmee het frontaal oppervlak Die grondspeling
is dan ook lang niet nodig,maar wel die luchtweerstandvermindering.
Zelfs zonder liggende cilinder is men daar in Laren erg goed in geslaagd. Het carter
heeft Herman in zijn precisiewerkplaats gemaakt uit één vol blok aluminium,daarmee
op slag alle gietproblemen vergetende.
Links zitten er met inbusbouten twee "deksels" tegenaan.De voorste is meer een carterhelft.De
achterste dicht alleen de versnellingsbak af.De constructie is dus zodanig,dat
de krukas uit de motor kan zonder aan de versnellingsbak te komen eb' omgekeerd.Tandwielenspecialist
Herman Meijer heeft voor zijn zesbak thans de beschikking over 17 verschillende tandwielcombinaties.
Ten tijde van ons bezoek wilde Herman nog niet veel loslaten over het nieuwe blok.
Maar feit is,dat het blokje een apart waterkoelingssysteem heeft voor het carter,waarvan
de radiateur als een platte doos tussen de onderste framebuizen ligt.
Voor de opgaande buizen naar het balhoofd zit de tweede radiateur voor koeling van
cilinder en kop.
En daar weer boven,tussen de framebuizen,zit dan de tank,terwijl het lange polyesterbrood
bovenop het frame meer functie als ligplaats voor de rijder dan als tank heeft.
Het frame.
Is ontworpen en gebouwd door Reindersma.
De achtervork kan excentrisch worden versteld in het frame ten behoeve van de kettingspanning.
Maar het meest bijzondere van dit frame is,dat slechts één centrale schokbreker werd
toegepast. Het is een Koni, die bij Hemeyla evenwel dusdanig werd gewijzigd,dat
hij zes maal de veerkracht en zes maal de dempingskracht heeft van de originele,voorwaarden
die door deze opstelling worden gedicteerd.
Overigens staat de demper iets uit het midden,om de achteruit de cilinder komende
uitlaat beter binnenboord te kunnen houden.
Zelfs de koppeling is helemaal origineel Hemeyla.Het huis is uit vol aluminium
gedraaid en gestoken,evenals de onbeklede platen.Dit alles in het streven om uiterst
licht te bouwen,maar ook ter vermindering van de centrifugaalwerking,dus om beter
te kunnen accelereren.
Aan voorspellingen waagt men zich bij Hemeyla niet.
Gezien de staat van de werkzaamheden (zie foto's, genomen één week voor de TT) leek
het ons onmogelijk,maar bijzondere omstandigheden voorbehouden, hoopte Herman Meijer
hem nog wel voor Assen klaar te zullen krijgen.
Gesterkt door zijn sponsor,Caracoijs,zal Hermand inderdaad wel alles op alles zetten.Maar
in ieder geval heeft hij altijd nog zijn oude Hemeyla achter de handen die was toch
ook bepaaldniet langzaam.
GK.
H.H. Wegrenners en Crossers! Nu een roterende inlaat op Uw machine! U kunt hem zelf
echter niet maken? Wendt U dan schr. tot H. Meyer, Zuidloo 11, Laren (Gld) Hij kan
namelijk iedere machine van een roterende inlaat voorzien, compleet met schijf e.d.
Al het bijkomende draaiwerk aan krukas, carter enz. kan eveneens verzorgd worden.
Ook het aangewezen adres voor een speciale krukas voor Uw machine met een willekeurige
standaard big-end (verandering van boring/ slag verhouding!) Vraagt inlichtingen!
Links het brein achter heel wat bijzondere 50 cc constructies, Herman Meijer voor
zijn werkplaats, met in zijn handen zo'n sterk motorblokje, waarvan de compactheid
hier wel bijzonder uitkomt.
motorcarter gedraaid, gestoken en geboord had. "Ik heb maar niet opgeschreven wat het me gekost heeft" zegt Herman wat verlegen lachend, zoiets moet je maar zien als een reclame werkstukje." Het motortje is inderdaad iets zeer bijzonders. Met uitzondering van de inbusboutjes waarmee de 50 cc krachtbron gemonteerd is, heeft Herman vrijwel alles zelf gemaakt. Het speciale carter, de zeer bijzondere 6-versnellingsbak met trek spieschakeling -totale breedte circa 45 mm dankzij steeds smaller wordende tandwielen afhankelijk van de belasting- de krukas, de drijfstang, het speciale koelsysteem, de droge koppeling, kortom vrijwel alles.