Peter S..Job v. d. V..Klaas K..Eric te. V..Wim K..Hobby.Basse.Blokzijl.Foto's.Peter G..HEMEYLA.

Bekeken

Bezoeker’s

Oldebroek 2
Peter ritten
Terug
Oldebroek - Classic-Hobby.
Na een zeer geslaagde le Demo Classic in 2007, toen ter ere van het 40-jarig bestaan van de Stichting Circuit Oldebroek, werd ons veelvuldig de vraag voorgelegd de Demo Classic nog een keer te willen gaan organiseren.
Na enig wikken en wegen is het bestuur van de SCO er toch toe overgehaald om dit mooie evenement van vroeger nog een keer te gaan organiseren. Im­mers als wij het nog een keer willen organiseren dan moest dit wel snel want de deelnemers van weleer worden er met het verstrijken der jaren zeker ook niet jonger op. Wij denken daarbij aan de grote na­men van "toen" zoals Chas Mortimer, Dieter Braun, Wil Hartog, Jan de Vries, Aalt Toersen en zeker ook niet als laatste onze plaatsgenoot Jan Zoombelt jr. Het is ons dan ook weer gelukt vele grote namen van weleer hun ronden te laten rijden op het origi­nele Vreecircuit. Zo kunnen wij het publiek nog een keer terug laten denken aan hoe het 44 jaar geleden allemaal begon op het prachtige Vreecircuit. Wij wil­len dan ook iedereen die ons geholpen heeft bij het mogelijk maken en het organiseren van deze dag zeer hartelijk bedanken.


Verder wil ik met u graag even stil staan bij het over­lijden van Jan Zoombelt sr. , voor ons als bestuur opa Zoombelt , op 27 juli j.I. Hij is 93 jaar oud geworden.
Jan Zoombelt was oprichter van de Stichting Circuit Oldebroek. Jan Zoombelt was in Oldebroek een be­kend en markant persoon die over vele dingen een zeer uitgesproken mening had. Hij stak zijn mening dan ook zeker niet onder stoelen of banken. Hij was op vele fronten actief binnen de Gemeente Olde­broek. Ik denk daarbij aan politiek en sport maar ook bij de aanleg van Landgoed 't Loo had hij een uitgesproken mening over hoe de infrastructuur er daar dan uit moest zien.
Hij was het dan ook die de Gemeente Oldebroek internationale bekendheid heeft gegeven op het gebied van motorsport.

Wij van de Stichting Circuit Oldebroek zijn hem dan ook zeer veel dank verschuldigd!

Evert van Olst, voorzitter organisatiecomité Demo Classic Oldebroek 2011
In de lichtste WK-klasse, waarin van 1962 tot en met 1983 om een wereldtitel werd gestreden, hebben de Nederlandse rijders jarenlang een hoofdrol ge­speeld. Zo'n veertig jaar geleden ging de wereldtitel drie keer naar Nederland: Jan de Vries in 1971 en '73, Henk van Kessel in 1974.
Kreidler-importeur Henk van Veen speelde een be­langrijke rol in het Nederlandse 50cc-gebeuren. Van Veen had een eigen renstal opgericht. Tijdens test­dagen konden geinteresseerde rijders laten zien wat ze waard waren. Zo kwamen de lichtgewichten (qua postuur, niet qua prestaties) Jan de Vries en Aalt Toersen op een Van Veen Kreidler terecht. Nadat de Duitse fabriek de deelname aan de GP's had beëin­digd verhuisde al het materiaal naar Nederland.
Jan de Vries boekte uitstekende resultaten op de Van Veen Kreidler. Hij behaalde in 1970 op het supersnelle circuit van Monza (Italië) zijn eerste GP-zege. In 1971 kwamen daar vijf overwinningen bij: Oostenrijk, West-Duitsland, België, Italië en Spanje. In 1972 moest hij een stapje terugdoen en behaalde drie keer de winst in een GP (West-Duitsland, Italië en Zweden). In 1973 zegevierde Jan de Vries we­derom vijf keer: Italië, Joegoslavië, België, Zweden en Spanje. Aan het eind van dat seizoen zette hij een punt achter zijn carrière. Met zijn veertien GP-overwinningen is Jan de Vries de meest succesvolle Nederlandse coureur in een soloklasse. Het enige smetje - voor zover je daarvan mag spreken - is het nooit winnen van de TT van Assen. In de lijst van alle winnaars van de 50cc bezet Jan de Vries de vierde plaats achter Angel Nieto (27 overwinningen), Euge­nio Lazzarini (18) en Ricardo Tormo (15).
De eerste Nederlander die een GP wist te winnen was Jan Huberts. Hij zegevierde in 1962 in Frankrijk en Oost-Duitsland. Huberts sloot de strijd om de wereldtitel af op de derde plaats en was daarmee de eerste Nederlander met een top drie klassering in het WK. De meest memorabele overwinning van een Nederlander dateert van zaterdag 29 juni 1968. Op die dag won Paul Lodewijkx de TT van Assen door de veel sterker geachte Hans-Georg Anscheidt in de laatste bocht te passeren. Lodewijkx reed op een Ja­mathi, een 100% Nederlands product, gemaakt door JAn THIel en MArtin Mijwaart. In het WK- klassement ein­digde Lodewijkx als tweede.
In het WK-klassement ein­digde Lodewijkx als tweede. In 1969 ze­gevierde Lodewijkx drie keer. Daar zou het bij blijven, want als gevolg een onge­val op een bromfiets
was hij niet meer in staat om te racen.
Hij werd bij Jamathi opgevolgd door Aalt Toersen, die op dat moment op Kreid­ler al drie keer een GP had gewonnen.
Die overwinningen
behaalde hij in 1969,
het jaar waarin hij in
de WK-tweede werd. Op Jamathi zegevierde Toersen in 1970 drie keer, zodat zijn tel­ler op zes staat.
Henk van Kessel behaalde één overwinning meer, zeven, waarvan zes in 1974, het jaar dat hij wereld­kampioen werd. Nog twee Nederlanders wonnen GP's: Theo Timmer (3) en Jan Bruins (1).
Van alle genoemde namen zijn Jan de Vries en Aalt Toersen vandaag in Oldebroek aanwezig. Beiden rijden elk jaar een redelijk aantal demo's. Vaak tre­den ze aan onder de vlag van de Golden 50cc Riders. Tot deze groep behoren ook Nico Claasen, de Brit Steve Nugent, Martijn Stehouwer, Wim Heeroma, Dick Toersen, Jan Zoombelt, Pierre Kemperman, Wil Doodeman, Jaap Groot en Marco Kemperman. Zoals in het staatje te zien is hebben De Vries en Toersen in Oldebroek menig keer op het podium gestaan. Hij heeft vroeger nooit in Oldebroek gereden, maar was er vier jaar geleden ook al bij: Bert Smit, een coureur die het goed heeft gedaan in de lichte klas­sen. Uiteraard is Jan Zoombelt er ook bij. Zoombelt vervult vandaag een dubbelrol, want hij zit in de organisatie en treedt aan op zijn Sachs.
Een heel bijzondere deelnemer is Jos Schurgers. Niet zozeer Schurgers eigenlijk, maar meer de motor waarop hij vandaag rijdt. Hij start namelijk op een 50cc-Yamaha. Met deze watergekoelde eencilinder is in 1968 in Japan getest. Het was de bedoeling dat de kleine Brit Bill Ivy er in 1969 mee in de GP's zou rijden, maar aan het eind van 1968 maakte Yamaha bekend zich uit de GP's terug te trekken: De RF302, zoals de fabrieksaanduiding luidt, is derhalve nooit in de GP's ingezet. In het WK eindigde Schurgers in 1971 op een Kreidler als derde. 45 jaar geleden werd
Schurgers op het Vree-circuit derde bij de Nationalen achter Paul Lodewijkz en de nu eveneens aanwezige Pierre Kemperman. In 1969 won Schurgers bij de Inters.
Een opvallende buitenlandse rijder is Ingo Emmerich. De Duitser won in 1974 de Duitse GP op de Nürbur­gring. Dat was zijn eerste GP. Vanwege de winterse omstandigheden werd die race door alle toprijders geboycot en gingen er uitsluitend Duitse rijders van start. Emmerich behaalde later nog een keer een derde plaats in een GP.
Oldebroek 2
Peter ritten
Drie Nederlandse rijders zijn erin geslaagd GP's te winnen in de 125cc-klasse. Dat zijn Cees van Dongen, Jos Schurgers en Hans Spaan.
Van hen is Spaan veruit het meest succesvol. Hij won in 1989 vier keer een Grand Prix, waaronder de mooiste GP die een Nederlander kan winnen: de TT van Assen. Achter de Spanjaard Alex Crivillé werd Spaan tweede in de eindstand van het wereldkam­pioenschap. Het jaar erop won Spaan zelfs vijf keer een GP, maar dat was wederom ontoereikend om
wereldkampioen te worden. De nu nog altijd actieve Loris Capirossi troefde Spaan af, die wederom twee­de werd. Spaan werd na zijn racecarrière de techni­sche man van het raceteam van Arie Molenaar en in die hoedanigheid behaalde hij met de Japanner Ha­ruchika Aoki twee keer de 125cc-wereldtitel. Na het stoppen van Team Molenaar stapte Spaan over naar RW Racing GP, het team van Roelof Waninge dat dit jaar met behoorlijk succes in de GP's aantreedt met de Spanjaard Luis Salom.
Over de GP's gesproken, 2011 is het laatste jaar dat de 125cc-klasse in de GP's aan de start komt. Vanaf volgend jaar wordt deze klasse vervangen door de Moto3, een categorie waarin wordt gereden met 250cc-viertakten (een­cilinders). Daarmee komt er dan een eind aan het optreden van tweetakten in de wedstrijden voor het wereldkampioenschap. Maar vandaag kan in Olde­broek nog volop worden genoten van de snerpende tweetakten. Spaan is daarbij helaas niet aanwezig. Hij concentreert zich volledig op de GP-deelname van Luis Salom. Dit weekend is er weliswaar geen GP, maar aan het werk aan de motoren komt nooit een eind. Spaan moet ze komend weekend weer tip-top in orde hebben voor de GP van Aragón.
Cees van Dongen was in 1969 de eerste Nederlander die een 125cc-GP wist te winnen. Hij zegevierde op het circuit van Jarama, bij Madrid. De 79-jarige Van Dongen kan helaas vandaag niet aantreden, omdat hij door een ernstige ziekte is geveld. Mogelijk is hij wel als gast van de organisatie aanwezig. Eerder dit jaar was Van Dongen eregast van Yamaha tijdens de TT van Assen. Hij was namelijk de eerste niet-Japan­ner die begin jaren zestig op een fabrieks-Yamaha reed.
Jos Schurgers zegevierde in 1973 op het circuit van Francorchamps, nadat eerder op de dag Jan de Vries daar al de 50cc had gewonnen. Schurgers reed op een zelf ontwikkelde 125cc-Bridgestone, een sieraad voor het oog. Dat die motor er zo fantastisch uitzag mag geen wonder heten, want Schurgers verdiende later de kost als vormgever. Schurgers eindigde dat jaar als derde in het wereldkampioenschap. Vandaag rijdt hij op een Yamaha YZ623C van het Yamaha
Classic Racing Team. Met dezelfde motor komt ook Chas Mortimer uit. De Brit won hier in 1971, Schurgers twee jaar later.
De YZ623C's stammen uit 1972. Het model was er al enige jaren eerder, maar de motoren uit 1972 werden behoorlijk gewijzigd. Zo veranderde de boring x slag van 43 x 43 mm naar 44 x 41 mm en werd de luchtkoeling vervangen door waterkoeling.
Het vermogen van de eencilinder nam toe tot 32 pk bij 14.250 toeren per minuut. Chas Mortimer en de Zweed Kent Andersson reden er in 1972 mee in de GP's. Achter de Spanjaard Angel Nieto werd Anders­son tweede in het WK en Mortimer derde.

Martin van Soest en Anton Straver zijn beiden jarenlang actief geweest in de GP's. Van Soest - nu werkzaam bij bandenfabrikant Pirelli - beleefde zijn mooiste moment in de GP's tijdens de Belgische GP van 1979 in Francorchamps. Vanwege de toestand van het nieuw aangelegde wegdek weigerden de toprijders aan de start te komen. Van Soest had daar geen probleem mee en eindigde als derde. Het is zijn enige podiumplaats in de GP's en sterker nog, de enige keer dat hij punten in een WK-wedstrijd wist te scoren.

Anton Straver - schoonvader van Arie Molenaar - nam deel aan de GP's in de tijd dat de eerste tien WK-punten scoorden (nu zijn dat de eerste vijftien). Zeven keer smaakte Straver het genoegen punten te scoren. Zijn beste klassering was de zesde plaats in de Zweedse GP van 1981.

Aalt Toersen behaalde zijn grootste successen in de 50cc-klasse. In 1970 startte hij met een Suzuki eveneens in de 125cc-klasse. Dat leverde hem twee
vierde plaatsen op (Assen en Brno) en daarnaast nog de klasseringen vijfde (twee keer) en achtste. Dat deed hem op de zevende plaats in de WK-eindstand belanden.

Hans Koopman behaalde in 1990 twee keer WK-punten (elfde en veertiende plaats).
De oudste motoren die vandaag op het Vree-circuit kunnen worden aanschouwd stammen uit de jaren vijftig en zijn dus al meer dan een halve eeuw oud. Dat zijn een Rumi van Karel Schaftenaar uit 1955 en een Mondial uit 1956 van Theo Durenkamp.
Uiteraard is Jan Zoombelt erbij. Hij rijdt op een Mai-co uit 1970. Zoombelt won in 1969 hier op het circuit bij de Nationalen en veroverde toen de Nederlandse titel.
Ook in deze klasse heeft een aantal coureurs zich verenigd als Golden Racing Riders. Tot hen beho­ren Theo Roelofs, Jan Zoombelt, Aalt Toersen, Theo Durenkamp, Anton Straver, Leo Veenman en Marco Kostwinder.
Bij de kwartliters eindigde in een Grand Prix een­maal een Nederlandse rijder op de eerste plaats. Dat was Wilco Zeelenberg die in 1990 als winnaar over de streep kwam op de Duitse Nürburgring.

Zeelenberg werd verder eenmaal tweede en maar liefst negen keer derde, waarvan drie keer bij de TT (1990, '91 en '94). Zijn beste klasseringen in het
wereldkampioenschap zijn vijfde in 1990 en vierde in 1991. Zeelenberg is nog steeds volop bij de motor­sport betrokken, want hij is in het fabrieksteam van Yamaha in de MotoGP teammanager van wereld­kampioen Jorge Lorenzo. Zeelenberg neemt niet deel aan de Demo Classic.
Hoewel er honderden Yamaha's zijn geproduceerd, is dit merk niet alom vertegenwoordigd bij de deel­nemers aan de Demo Classic van vandaag. Opvallend is het aantal Sportmaxen van NSU, motoren van halverwege de jaren vijftig, de tijd dat er in de GP's nog uitsluitend met viertakten werd gereden. Maar liefst vijf NSU's rijden hier. De meest opvallende is die van Brian Kostwinder, want op diens NSU heeft ooit de legendarische Mike Hailwood gereden. Ook Jan Kostwinder, die in 1973 op een Yamaha tweede werd in de 125cc-klasse op het 60 km lange circuit op het eiland Man, rijdt op een NSU Sportmax. Een andere oude Duitse motor is de Adler RS van Karel Schaftenaar uit 1954. Een weinig in het westen ge­ziene motor is de CZ van Jan Borst. De Duitser Dieter Tessmann komt met een MZ-RE, een voormalige fabrieksmachine van de pionier van de tweetakten. Kees Schermer en Willem Heijkoop beschikken beiden over een replica van een Honda-racer uit het begin van de jaren zestig. In beide gevallen gaat het om motoren die ook technisch gezien een kopie van de oorspronkelijke racemotor zijn.
Het Yamaha Classic Racing Team is vertegenwoordigd met Jos Schurgers en tweevoudig Oldebroek-winnaar Chas Mortimer. De RD56F waar Schurgers mee rijdt is een heel bijzondere motor. Dit is namelijk geen racer van vroeger, maar een eigen fabricaat viertaktracer van de technici van het YCRT. Toen Honda z'n intrede maakte in de GP's deden ze dat met viertakten. Yamaha (en ook Suzuki en Kawasaki) deden dat met tweetak­ten. Op basis van het frame van de RD56-tweetakt uit 1964 werd de RD56F gemaakt. Als blok is uitge­gaan van het blok van een Yamaha FZR250RR, een viercilinder-wegmotor uit 1990. De F in de type-aan­duiding staat voor 'fourstroke' (viertakt), maar een Yamaha-official liet ooit weten dat de F ook voor Ferry (van Ferry Brouwer, de eigenaar van het YCRT) zou kunnen staan.
Mortimer rijdt op een TZ250, een tweecilinder-tweetakt.
De 350cc-klasse is de enige (voormalige) GP-catego­rie waarin nooit een Nederlander een GP-zege heeft weten te behalen. De beste Nederlandse uitslag is een derde plaats van Theo Bult in de Asser TT van 1971.
Die klassering evenaarde Bult later in het seizoen in Brno. In de eindstand van het wereldkampioenschap staat de tukker dat jaar op een fraaie vierde plaats. Nooit eerder was een Nederlander in deze klasse
in de top tien geëindigd. En dat zou na 1971 ook nooit weer geschieden. Bult was mogelijk in staat geweest zijn prestaties nog te verbeteren, maar hij besloot aan het eind van het seizoen te stoppen. Bij een nationale race in Vessem was hij zwaar ten val gekomen. Dat was voor Bult reden om de wegrace voor gezien te houden. Een begrijpelijk besluit van iemand voor wie de racerij altijd bijzaak naast zijn werk was geweest, maar jammer omdat nu nooit duidelijk is geworden hoever hij had kunnen reiken in het wereldkampioenschap. Dat hij ver had kun­nen komen staat als een paal boven water, want Bult is misschien wel het grootste talent dat de Neder­landse wegrace ooit heeft voortgebracht. Later werd Bult official bij de KNMV en als zodanig was hij wed­strijdleider bij de laatste races in Oldebroek; dat was in 1976. Bij de Demo Classic van vandaag verzorgt Bult in de ochtenduren de rijdersbriefing, de bijeen­komst waarin alle deelnemers informatie ontvangen over het evenement van vandaag.
Bult reed in de GP's en rijdt ook hier op een Yamsel. Dat is een motor aangedreven door een Yamaha-blok dat in een frame hangt dat door de Britse speci­alist Colin Seeley (zelf een vermaard zijspancoureur) werd geconstrueerd.
Cas Swart racete al voor er in Oldebroek werd gereden. Hij werd in de TT van 1962 vierde op een fabrieks-Honda. Hij is de tachtig al gepasseerd!
De 350cc-klasse verloor na het seizoen 1982 de status van wereldkampioenschap. De klasse onderscheidde zich in vrijwel niets - afgezien van de cilinderinhoud - van de 250cc-klasse en werd daarom overbodig geacht. Doordat deze categorie nu al bijna dertig jaar van het toneel is verdwenen is er niet zo veel materiaal meer, waardoor dit vandaag de klasse is met het geringste aantal deelnemers. Het merendeel van de rijders komt uit op een Yamaha, maar er zijn ook andere merken vertegenwoordigd, zoals Ducati. Albert Braam rijdt met een replica van een Benelli, Martin Kluinhaar start op een replica van een Honda RC181, John Clarijs heeft een replica van de Honda RC173. Deze drie rijders maken deel uit van het Cen­tennial Motorracing Team. Dat is een groep coureurs
Zoals in de autosport de Formule 1 de topklasse is, is dat in de motorsport jarenlang de 500cc-klasse
geweest. Tot het moment dat deze categorié in 2002 moest wijken voor de huidige MotoGP.
Van Nederlandse zijde staan drie namen in ieders geheugen gegrift: Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen. Dit trio zette Nederland in de zwaarste GP-klasse eind jaren zeventig, begin tach­tig op de kaart. Hartog werd bekend als de 'Witte Reus', Middelburg als 'Jumping Jack' en Van Duimen als 'Den Boet'.
In die tijd was het verschil tussen fabrieksmotoren en de goed verkrijgbare productieracers niet al te groot. Een privécoureur was op voorhand niet vol­slagen kanloos voor een goede klassering in de GP's. Dertig jaar geleden won Middelburg op een Suzuki de Britse GP op het circuit van Silverstone. Dat was de laatste keer dat een niet-fabrieksrijder in de 500cc (en nu de MotoGP) in een GP zegevierde.
Middelburg won een jaar eerder de TT van Assen. De bijnaam Jumping Jack dankte hij aan zijn valpartijen. Op zich viel Middelburg niet eens zo gek veel meer dan andere coureurs, maar hij had de pech daarbij vaak zware blessures op te lopen. Een valpartij in
de training van een Nederlandse kampioensrace op het stratencircuit van Tolbert werd de inwoner van Naaldwijk begin 1984 noodlottig.
Wil Hartog, de grasdroger uit Abbekerk, was eigen­lijk te lang voor kleinere racemotoren, maar toch begon hij in de lichtere klassen. Pas nadat hij de overstap naar de 500cc-klasse had gemaakt wist hij internationaal door te breken. Zijn eerste podium was de derde plaats in de TT van 1976. In 1977 werd hij zelfs winnaar van de Nederlandse GP. Dat was niet alleen zijn eerste GP-zege, maar ook de eerste keer dat een Nederlander in deze klasse een GP wist te winnen. In de jaren daarna zou Hartog nog vier keer een GP winnen. Verder behaalde hij twee twee­de plaatsen en in totaal vijf derde plaatsen. Aan zijn carrière kwam een abrupt eind. Hij reed voor het Suzuki-fabrieksteam, maar kwam in 1981 na twee GP's tot de conclusie dat zijn motor onderdeed voor de Suzuki's van collega-fabrieksrijders en hij besloot acuut te stoppen. Hartog trekt met enige regelmaat zijn nog altijd smetteloze witte leren pak aan om in demo's mee te rijden, zoals vandaag in Oldebroek. In het verleden won hij hier drie keer de 500cc.
Van Dulmen won eenmaal een GP. Dat was in 1979 in Finland. Scandinavië lag hem goed, want zijn enige tweede en enige derde plaats behaalde hij in Zweden. Hij nam maar liefst elf jaar aan de GP's deel en behaalde in 1979 en 1981 met zesde plaatsen zijn
hoogste WK-klasseringen. Van Dulmen stapt tegen­woordig niet meer op een racemotor. Dat doet hij uit zelfbescherming, want hij is op een motor nog altijd zo gedreven, dat hij voluit wil racen. Dat moet je op zijn leeftijd niet meer willen.
Net voor Hartog, Middelburg en Van Dulmen aan de top stonden reed Marcel Ankoné zich met enige regelmaat in de kijker. De inwoner van Oldenzaal mocht eenmaal plaatsnemen op het podium van een GP. Dat was 35 jaar geleden in Francorchamps, waar hij derde werd. Hij liet toen o.a. Dieter Braun en Chas Mortimer achter zich. Ankoné rijdt jaarlijks diverse demo's en was er vier jaar geleden in Olde­broek ook bij, net als vandaag.
Het Centennial Motorracing Team is in de 500cc-klasse goed vertegenwoordigd met de rijders Martin Kluinhaar, John Clarijs, Pieter Kuiper, Albert Braam, Piet Damen, Michiel Coppens en Gert van der Veen. Zij zetten replica's in van o.a. Honda's en Benelli's. Boy Beck en Jarno Jonker (vorig jaar Nederlands kampioen bij de Classics) brengen hun BMW's R5OS aan de start. Harm Eesinge heeft een Suzuki waar­mee Jack Middelburg in 1982 heeft gereden. Interes­sante motoren zijn de Königs. Dat is een viercilinder boxermotor, die eigenlijk voor bootraces wat ont­worpen. Ondanks dat de blokken niet erg betrouw­baar waren, werd Kim Newcombe er in 1973 tweede mee in het wereldkampioenschap.
De oudste motor is een AJS uit 1958, waarmee Derk Wekema rijdt. Het legendarische merk MV Agusta ontbreekt uiteraard niet. Henk Stadman rijdt met zo'n Italiaanse motor uit 1974.
Mario van Rooijen start op een Yamaha van het Yamaha Classic Racing Team.
die zich ten doel heeft gesteld om de gouden jaren van de wegrace levend te houden. Zij rijden hoofd­zakelijk met zorgvuldig gebouwde replica's van race­motoren uit de jaren zestig en zeventig. Uiterlijk zijn het exacte kopieën van de topmotoren van vroeger. Het Yamaha Classic Racing Team is vertegenwoor­digd met de Duitser Dieter Braun, die uitkomt op een Yamaha YZ634. Deze motor bracht Yamaha uit voor het seizoen 1972. De motor waar Braun op rijdt is een replica, die voorzien is van diverse originele fabrieksonderdelen. De ontbrekende onderdelen zijn gemaakt aan de hand van de specificaties van de fabriek.
In de Grands Prix komen strak georganiseerde teams aan de start. Bij evenementen als de Demo Classic gaat het er veel minder strak georganiseerd aan toe. Daarop bestaat één uitzondering, het Yamaha Classic Racing Team.
Teameigenaar Ferry Brouwer (62) is iemand die al heel lang meeloopt in de motorsport. Via zijn vader Cees kwam hij al op jonge leeftijd in aanraking met de wegrace. Hij ging in de weekends met zijn vader mee als die als monteur bij een wedstrijd aan het werk was. De jonge Ferry heeft een tijdje geracet, maar hij kwam er al snel achter dat zijn capaciteiten meer op het gebied van de techniek lagen. In 1967 leerde Ferry op het circuit van Zandvoort een paar Japanners van Yamaha kennen. Hij liet weten mon­teur te willen worden. Het jaar erop kreeg Ferry de gelegenheid om bij de TT aan de 125cc-Yamaha van Phil Read te werken. Yamaha testte Ferry dat week­end om te zien of hij geschikt zou zijn als fabrieks­monteur. Hij slaagde glansrijk voor zijn test en mocht blijven. Later werkte Ferry voor het Yamaha-team van
de Nederlandse importeur. Phil Read - op dat moment privécoureur - had hem in 1969 aan het eind van het seizoen nodig. In 1970 en 1971 werkte hij volledig voor Read. Daarna volgden enkele seizoenen met Chas Mortimer en Jarno Saarinen. Na het verongeluk­ken van Saarinen maakte Ferry het seizoen af voor Teuvo Länsivuori, een andere Finse coureur.Door de dood van Saarinen zakte bij Ferry de animo
om de GP's werkzaam te blijven. Hij kreeg een aan­bod van zijspancrosser Ton van Heugten om bedrijfs­leider te worden van de door Van Heugten geopende motorzaak. Omdat Van Heugten een wegraceteam opzette om reclame te maken voor zijn zaak bleef Brouwer toch weer in contact staan met de wegrace. En ook - zij het niet direct - met Yamaha door de bouw van een 350cc-driecilinder, waarmee Takazumi Katayama wereldkampioen werd.
Na een periode van werkloosheid besloot Ferry Brou­wer iets te gaan doen met de door zijn contacten met Yamaha opgedane kennis van Japan. Hij kende het helmenmerk Arai en kreeg het voor elkaar Europees importeur te worden. Brouwer zorgde ervoor dat Arai een begrip werd in de motorwereld.
Inmiddels heeft Brouwer 'zijn' Arai overgedaan en houdt hij zich bezig met zijn hobby: het opknappen van oude Yamaha-racers. Eerder dit jaar leverde Brou­wer tal van motoren voor de expositie '50 jaar Yama­ha op de circuits' tijdens de TT van Assen. Ook enkele van zijn motoren reden mee in de parade tijdens de TT. Yamaha heeft zijn Yamaha Classic Racing Team erkend en verleent er ook medewerking aan. Bijvoor­beeld door originele bouwtekeningen beschikbaar
te stellen. Aan de hand daarvan kunnen niet meer voorradige onderdelen opnieuw worden gemaakt en kunnen de oude racemotoren aan het lopen blijven, of weer aan het lopen worden gebracht.
Vandaag is Brouwer met een viertal rijders present in Oldebroek. Dat zijn Dieter Braun, Chas Mortimer, Jos Schurgers en Mario van Rooijen.
De op 2 februari 1943 in Ulm geboren Dieter Braun begon in 1965 met racen. Hij won meteen zijn eerste race. In 1967 maakte hij in de Duitse GP op het circuit van Hockenheim zijn GP-debuut in de 350cc-klasse op een Aermacchi en werd zestiende. Op een Suzuki behaalde Braun in 1969 zijn eerste GP-zege. Dat was op het circuit van Opatija in wat destijds Joegoslavië heette en nu Kroatië is.
In 1970 won Braun vier GP's in de 125cc-klasse. Aan het eind van het seizoen bleek hij de meeste punten te hebben behaald en dat betekende dat hij wereld­kampioen was geworden. Naast de 125cc-klasse reed Braun ook in de 250cc- en 350cc-klasse. In die klassen werd hij op MZ veertiende en elfde. In 1971 kwam Braun in de 125cc uit op een Maico en dat leverde hem in het WK de vierde plaats op. Op een Yamaha werd hij vijfde in de 250cc en eveneens op Yamaha
Dieter Braun werd twee keer wereldkampioen.

19e in de 350cc. Hij won dat jaar de 250cc-GP op de Sachsenring in Oost-Duitsland. Tot groot ongenoegen van de officials uit de DDR gingen de Oostduitsers bij de huldiging het Westduitse volkslied massaal mee­zingen.
Vier GP-overwinningen op Yamaha lagen ten grond­slag aan zijn wereldtitel 250cc in 1973. Hij won dat jaar o.a. de TT van Assen. Braun beschouwt die titel als het hoogtepunt van zijn carrière, omdat hij geen steun van de fabriek genoot. In 1974 werd Braun tweede in zowel de 250cc als de 350cc. GP's won hij dat jaar niet. Het circuit van Opatija lag Braun bijzon­der goed, want zes van zijn veertien gewonnen GP's won hij daar.
Aan de GP-carrière van Dieter Braun kwam een noodgedwongen eind op 1 mei 1977. Braun raakte -
buiten zijn schuld- betrokken bij een ernstige valpartij in de 350cc-klasse op de Salzburgring. Er volgde een lange periode van herstel, maar GP-deelname zat er niet meer in. De teller bleef voor hem steken op het respectabele aantal van 193 GP-starts.
Charles Mortimer kwam op 14 april 1949 in het Britse Shere ter wereld. Op zijn zestiende maakte hij zijn racedebuut op het circuit van Brands Hatch in een jeugdklasse, de Stars of Tomorrow. Maar liefst twintig seizoenen zou Mortimer actief blijven. De TT op het eiland Man van 1984 was zijn laatste race.
In 1968 maakte hij op Man zijn GP-debuut. Hij startte in de 125cc en de 250cc, maar viel in beide klassen uit. De 60 km lange baan op Man speelde een belangrijke rol in de carrière van Mortimer. Van de zeven GP's
waarin hij zegevierde, won hij er vier op het eiland in de Ierse Zee. Opvallend is dat Mortimer die zeven
overwinningen in vier verschillende klassen behaalde: drie in de 125cc, twee in de 250cc, een in de 350cc en een in de 500cc.
Ondanks zijn successen behaalde Mortimer nim­mer een wereldtitel. In 1972 scoorde hij weliswaar de meeste punten in de 125cc-klasse (in dertien GP's
behaalde hij tien podiumplaatsen), maar destijds gold de regel dat de uitslagen van de helft plus een van het aantal races meetelden. Netto kwam Mortimer op 87 punten en dat waren er tien minder dan Angel Nieto en evenveel als Kent Andersson. De Zweed won drie GP's tegen Mortimer één en werd als tweede ge­klasseerd. In 1973 werd Mortimer tweede in het WK van de 125cc en in 1976 derde in de 350cc. Zijn zege in de 500cc van de Spaanse GP van 1972 op het circuit van Montjuich (gelegen in Barcelona) betekende de eerste GP-winst van Yamaha in de 500cc-klasse. Mortimer kwam 242 keer in een GP aan de start.
Dias Mortirner zegevierde enige keren in Oldebroek.
Jos Schurgers (18 februari 1947, Haarlem) behaalde zijn successen in de klassen 50cc en 125cc. Schurgers reed in 1965 zijn eerste wedstrijd op het stratencircuit van Rockanje. Twee jaar later maakte hij in de TT van Assen zijn GP-debuut. Dat leverde hem met een acht­ste plaats zijn eerste WK-punten op.
In 1971 eindigde Schurgers op zijn Kreidler als derde in de 50cc-klasse. Daarna richtte hij zich op de 125cc-categorie en kwam daarin aan de start met een Bridgestone. Op basis van een wegmotor ontwikkelde Schurgers een racer, die hij net zo goed 'Schurgers' had kunnen noemen, maar dat niet deed in de hoop steun vanuit Japan te krijgen. Die kwam er echter nooit. 1 juli 1973 is voor Schurgers een datum om nooit te vergeten, want op die dag won hij zijn enige
GP. Op het circuit van Francorchamps finishte hij ruim twintig seconden voor Angel Nieto. Op zeventig se­conden werd Mortimer derde.
Schurgers sloot zijn GP-carrière af tijdens de TT van 1975. Toen werd hij op zijn Bridgestone vijfde in de 125cc. Hij startte in 47 GP's. In Nederland werd hij in 1969 50cc-kampioen en in 1973 125cc-kampioen.
De 41-jarige Mario van Rooijen heeft nimmer ge­racet. Hij kwam als jongere veel in de motorzaak van Ton van Heugten, waar Ferry Brouwer bedrijfsleider was. Zo is het contact met Brouwer ontstaan. Van Rooijen raakte betrokken bij de klassieke activiteiten als monteur en mocht later ook op de racers stappen. Vandaag komt hij uit in de 500cc-klasse.

aaaaaaaaaaa